DIENSTEN

Opmaak asbestinventaris

Opmaak van de asbestinventaris in het kader van hoofdstuk II van het Koninklijk Besluit van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest.

Doelstellingen

De aanwezigheid opsporen van materialen die asbest bevatten in de gebouwen die door het bedrijf zijn betrokken (inclusief werk- en beschermingsuitrustingen). De inventaris wordt gemaakt teneinde:

  • de werknemers te beschermen tegen de risico’s van blootstelling aan asbest en om een programma op te stellen voor het beheer van asbesthoudende materialen (visuele inspectie – inkapseling – verwijdering)
  • de werknemers te beschermen tegen de risico’s van blootstelling aan asbest bij eventuele verbouwings- of afbraakwerken.

Programma

  • Vooraf wordt informatie ingewonnen over het bouwjaar van de gebouwen en waaruit ze bestaan.
  • Bezoek aan alle gebouwen (onbereikbare zones en elementen worden genoteerd). Men moet zich laten begeleiden door een persoon die de plaatsen zeer goed kent en toegang heeft tot alle lokalen.
  • Verdachte materialen worden geïdentificeerd, gefotografeerd en bemonsterd.
  • De stalen worden ter analyse naar een erkend laboratorium gestuurd.
  • Het asbestinventarisrapport wordt opgesteld op basis van het bezoek aan de gebouwen en de analyseresultaten van het erkende laboratorium.

Methode

  • De detectie van asbesthoudende materialen gebeurt nauwgezet per:

• lokaal
• deel van het gebouw
• werkuitrusting
• beschermingsuitrusting

  • De moeilijk toegankelijke zones en elementen die onder normale omstandigheden niet tot blootstelling aan asbest kunnen leiden, worden geïdentificeerd.
  • Verdachte materialen worden geïdentificeerd (toepassing – evaluatie van de staat van het materiaal – activiteiten die tot blootstelling kunnen leiden), gefotografeerd en bemonsterd.
  • Een bemonstering gebeurt enkel en alleen als het verdachte materiaal beschadigd is (niet-destructieve methode). Het staal wordt genomen met inachtname van de preventiemaatregelen zoals voorzien in Bijlage II van het KB van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest.
  • De stalen worden hermetisch verpakt.
  • De stalen worden ter analyse naar een erkend laboratorium gestuurd (identificatie door stereoscopische microscopie, polarisatie en de Mc Crone « kleurdispersie » techniek).
  • Opmaak van een asbestinventarisrapport dat de volgende elementen bevat:

• een algemeen overzicht van het asbest of van asbesthoudende materialen die aanwezig zijn in de lokalen, delen van het gebouw, werkuitrustingen en beschermingsuitrustingen.
• een overzicht van de moeilijk bereikbare zones en elementen die onder normale omstandigheden niet kunnen leiden tot blootstelling aan asbest.
• een inventaris per lokaal, deel van het gebouw, werkuitrusting en beschermingsuitrusting:

a) van de toepassing waarin asbest is gebruikt.
b) een evaluatie van de staat van het asbest of van de asbesthoudende materialen.
c) van activiteiten die kunnen leiden tot blootstelling aan asbest.

• de te volgen aanbevelingen voor alle ontdekte potentieel gevaarlijke situaties.
• het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
• het analyserapport van het erkende laboratorium.

Doelpubliek

Elk bedrijf (werkgever) dat de gebouwen betrekt en/of werk- en beschermingsuitrustingen gebruikt.

Interventieplaats

In het bedrijf zelf. Alle door het bedrijf betrokken gebouwen inclusief eventuele gemene delen en alles wat er zich bevindt (werk- en beschermingsuitrustingen).

Aanvraag offerte
CESI