BURN-OUT EN WERK – Advies van de Hoge Gezondheidsraad – Samenvatting

In september 2017 publiceerde de Hoge Gezondheidsraad (HGR) een advies over burn-out en werk. Dit advies beschrijft burn-out op een volledige manier, geeft aanbevelingen voor de preventie ervan en definieert de competenties en opleidingen voor professionals in de behandeling van burn-out.

Psychosociale aandoeningen, een ernstig gezondheidsprobleem
Psychosociale aandoeningen (en burn-out in het bijzonder) vormen een ernstig gezondheidsprobleem en dragen bij tot langdurig absenteïsme. Om met dit gegeven om te gaan zijn de psychosociale risico's opgenomen in de definitie van welzijn op het werk (KB van 28.04.2017, ter vastlegging van Boek I Algemene beginselen van de Codex over het Welzijn op het Werk [BS 02.06.17]).
Zorgverleners voelen zich machteloos tegenover de slecht gedefinieerde problematiek van burn-out. Ze hebben ook niet genoeg inzicht in de organisatorische aspecten van het werk. Het is dus noodzakelijk om een exacte definitie te geven van burn-out in een professioneel kader en het te kunnen diagnosticeren en behandelen (aanbevelingen).
Ook verklaren steeds meer zorgverleners (coaches, therapeuten enz.) zichzelf bevoegd voor burn-out zonder echt over de nodige competenties te beschikken.

Algemene aanbevelingen voor de preventie en behandeling van burn-out
De HGR heeft een reeks aanbevelingen ter attentie van professionals op het vlak van burn-out geformuleerd:

  • Nood aan een algemene denkoefening over een nieuw model van werkorganisatie dat duurzamer, werkbaarder en minder prestatiegericht is.
  • Herwaardering van de rol van de arbeidsgeneesheer voor preventie en vroege opsporing van burn-out.
  • De zorgverleners hebben een opleiding gevolgd en beschikken over de gedefinieerde competenties.
  • Adequate professionele hulp wordt gegeven bij de eerste tekenen van het lijden.
  • Voor de begeleiding van een persoon met burn-out moet de zorgverlener simultaan en integraal aandacht besteden aan klachtreductie en werkhervatting.
  • Er zal voorzien worden in een follow-up van de zorgtrajecten om de impact ervan op de werkhervatting te kunnen beoordelen.
  • De opleiding moet voorzien in een accrediteringssysteem dat rekening houdt met de jaarlijkse klinische activiteit.
  • Er zou een certificaat van "zorgverlener burn-out" gecreëerd kunnen worden.
  • Een goedgekeurd en betrouwbaar meetinstrument ontwikkelen voor de diagnose van burn-out.
  • Er moet meer aandacht besteed worden aan psychosociale pathologieën in de opleidingsprogramma's en de permanente vorming van beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg.
  • Er moet specifieke aandacht gegeven worden aan beroepen met een hoog risico op burn-out.
  • De bewustmaking in verband met welzijn, stress enz. zou al kunnen gebeuren in de kindertijd, bijvoorbeeld op school.
  • De creatie van een coördinatiestructuur tussen de verschillende betrokken partijen zou nuttig zijn (samenwerkingen en implementatie van een coherent beleid).

Definitie van burn-out
Burn-out is:

  • Een multifactorieel proces
  • Dat voortvloeit uit een langdurige blootstelling (meer dan 6 maanden)
    • In een arbeidssituatie
    • Aan voortdurende stress, een gebrek aan reciprociteit tussen de investering (vereisten van het werk, vraag) en wat daar tegenover staat (hulpmiddelen) of een gebrek aan evenwicht tussen de verwachtingen en de reële werksituatie,
  • Die professionele uitputting (zowel emotioneel, fysiek als psychisch) veroorzaakt: extreme vermoeidheid waarbij de normale rusttijd niet volstaat om te recupereren en die chronisch wordt, het gevoel zijn hulpmiddelen volledig uitgeput te hebben. Deze uitputting kan ook een impact hebben op de controle van de emoties (prikkelbaarheid, woede, huilbuien enz.) en het cognitieve vermogen (aandacht, geheugen, concentratie), wat dan weer kan leiden tot veranderingen in het gedrag en de attitudes:
    • Mentaal afstand nemen: de persoon distantieert zich en wordt cynisch. Dit is in feite een (ondoeltreffende) copingmethode ten opzichte van de eisen waaraan de persoon niet meer kan voldoen: langzaamaan raakt hij minder betrokken bij zijn werk, investeert hij zich minder en houdt zijn omgeving op afstand of krijgt hij een slecht beeld van de personen met wie hij werkt; deze afstand wordt op zich een probleem.
    • Dat leidt tot een gevoel van professionele onbekwaamheid: verminderde persoonlijke bekwaamheid op het werk, verminderde eigenwaarde, de persoon heeft het gevoel dat hij niet meer efficiënt werkt.

Die gemoedstoestand kan voor de werkende zelf bovendien vaak lange tijd onopgemerkt blijven.

Burn-outpreventie:
De interventies moeten afgestemd zijn op een nieuwe "werkbaardere" werkorganisatie. De nadruk moet opnieuw komen te liggen op de kwaliteit van het werk in al zijn dimensies en het perspectief van het levenstraject van het individu dient te worden versterkt.

Op organisatorisch niveau zijn de interventies erop gericht om het enthousiasme te stimuleren en de stressfactoren in de werkomgeving te verminderen om zo burn-out te voorkomen.
Op individueel niveau is het de bedoeling om de persoon te helpen competenties en vaardigheden te ontwikkelen om beter te kunnen omgaan met de eisen van het werk en zijn evenwicht te herstellen.

De personen die in het bedrijf betrokken zijn bij preventie moeten alert zijn om risicosituaties snel vast te stellen. De bedrijfsarts moet meer bepaald zijn rol als collectieve klokkenluider voor preventie van risico's in het bedrijf vervullen als er herhaaldelijk signalen optreden. Om een vroege opsporing te vergemakkelijken is er een tool ontwikkeld voor de FOD WASO. Het hoofddoel is beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg een hulpmiddel aan te reiken om de voortekenen van burn-out op te sporen. Deze tool dient ook om de zorgverleners de eerste opties voor de behandeling van de werkende te bieden.
De interventie voor werkenden met burn-out omvat meestal stoppen met werken gedurende twee à drie maanden. Stoppen met werken leidt in elk geval nergens toe zonder begeleiding. Deze begeleiding moet gebeuren door een opgeleide beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg, dat wil zeggen iemand die beschikt over klinische expertise, kennis van het arbeidsmilieu en psychodiagnostiek, en die onafhankelijk is van de werkgever en van de controle-instanties.

Werkhervatting
Om de terugkeer naar het werk te bevorderen en het risico op terugval te vermijden, is het belangrijk om de risicofactoren voor burn-out in de werksituatie aan te pakken.

Er moet dus zo snel mogelijk een nauwe samenwerking tot stand komen tussen de beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg (arts, psychiater, enz.) en de werkomgeving (arbeidsgeneesheer, PA-PSA enz.). De toestemming van de persoon is altijd nodig voor de informatie-uitwisseling.
Het KB re-integratie beoogt de re-integratie in de werkomgeving van langdurig arbeidsongeschikte werknemers door hen tijdelijk of definitief aangepast of ander werk te geven.
Het is niet aan te raden om te snel van werk te veranderen, want dat kan het gevoel van mislukking versterken en ervoor zorgen dat de persoon op slechte basis start in een nieuwe omgeving.
Het bedrijf moet de werkgerelateerde factoren identificeren die het ontstaan en de ontwikkeling van burn-out (hebben) kunnen bevorderen en collectieve preventiemaatregelen treffen door de strategieën voor primaire preventie toe te passen.
De formalisering en de transparantie van de begeleiding zijn essentieel voor de terugkeer van de werkende, maar ook voor de gehele werkomgeving.
Het is nuttig om in bedrijf ruimtes voor ondersteuning en discussie te creëren.

Burn-out professionals
De HGR duidt de beroepsbeoefenaars aan die deze competenties kunnen ontwikkelen en optreden in het kader van burn-out:

  • Arbeidspsychologen,
  • Klinische psychologen,
  • Klinische sociologen,
  • Arbeidsgeneesheren,
  • Huisartsen,
  • Adviserende geneesheren,
  • Specialisten in functionele revalidatie,
  • Psychiaters.

Opleiding van de behandelende beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg
De HGR beveelt aan dat de beroepsbeoefenaars de volgende competenties ontwikkelen:

  • Competenties in verband met de kennis van de organisatorische realiteit,
  • Competenties in verband met de evaluatie van de mentale gezondheid, algemene psychopathologie, psychodiagnostiek, arbeidspsychopathologie,
  • Competenties die verband houden met de differentiële diagnose van burn-out (tegenover depressie, chronische vermoeidheid enz.)
  • Competenties in verband met de kliniek van de arbeid: oor hebben voor de arbeidsrealiteit, identificatie van de persoonlijke en organisatorische hulpmiddelen enz.,
  • Competenties in verband met communicatie, bemiddeling en conflictoplossing,
  • Evenals algemene kennis van individuele stressbeheersingstechnieken, stabilisatietechnieken en non-verbale interventies.

De opleiding moet ook nog volgende zaken behandelen:

  • de deontologische aspecten;
  • de begeleide praktijk;
  • intervisie tussen de zorgverleners in een longitudinaal perspectief;
  • een accrediteringssysteem, om een minimale klinische activiteit te garanderen;
  • een permanente vorming.

Lees advies nr. 9339 op de site van de HGR.

Trefwoorden: 
23/10/2017
CESI